Gesloten Koelcircuit
Een koeltoren is een warmtewisselaar die toelaat water te koelen via direct contact met de lucht. De warmteoverdracht gebeurt gedeeltelijk door warmte-uitwisseling tussen lucht en water, maar vooral door verdamping van een klein deel van het te koelen water. Hierdoor kan er lager dan de omgevingstemperatuur worden gekoeld.
Als het te koelen water niet in contact mag komen met de lucht (bijvoorbeeld in de voedingsindustrie), is het nodig gebruik te maken van een warmtewisselaar.
Deze warmtewisselaar scheidt het te koelen proceswater van het “verdampingswater” van de koeltoren. Op deze manier komt het te koelen proceswater niet in contact met de lucht.
In de Jacir-Air Traitement gesloten koeltorens is niet nodig anti-vries te gebruiken.
Proceskant
Het te koelen proceswater wordt door de warmtewisselaar (A) gevoerd. Deze warmtewisselaar is opgebouwd uit platen in roestvij staal en staat naast de koeltoren in een apart, aangrenzend lokaal.
In de warmtewisselaar wordt de warmte van het te koelen water (proceskant) overgedragen aan het koelwater van de koeltorenkant.
Op dit moment is het proceswater dus opnieuw afgekoeld en kan het hergebruikt worden als koelwater in het proces. Het te koelen water circuleert dus in een gesloten circuit tussen de verbruikers (productiemachines, condensors e.d.) en de warmtewisselaar.
Koeltorenkant
Nadat het terug opgewarmde koelwater de platenwarmtewisselaar verlaat, wordt het via de piping naar het bovenste deel van de koeltoren geleid. Daar verdelen de sproeiers (B) het water over de koelpakketten (C).
Het gekoelde water valt door de koelpakketten en wordt verzameld in het bassin. Daar wordt het opnieuw koele water door de recirculatiepomp (D) terug naar de warmtewisselaar gevoerd om opnieuw te worden gebruikt.
Het water wordt gekoeld door de lucht die door de ventilator(en) in tegenstroom wordt ontwikkeld. Deze lucht warmt dan op en raakt gesatureerd na contact met het water dat over de koelpakketten vloeit. De lucht verlaat dan de toren via de bovenzijde.
De druppelafscheiders boven de sproeiers zorgen er voor dat de waterdruppels de koeltoren niet kunnen verlaten.



